05-12-06

Toch nog even over onderwijs

freinetNormaal is het niet mijn gewoonte om terug te keren op een onderwerp dat ik enkele dagen geleden op mijn blog aangekaart heb, maar de reacties in de pers, en deze op mijn blog (waarvoor trouwens dank) dwingen mij een beetje om toch nog een korte aanvulling te geven (waaraan ben ik toch begonnen ). Zowel de reactie van Ronald Soetaert vorig weekend (“De Gedachte”, DM 02/12, klik hier om het artikel te lezen), als die van minister Vandenbroucke vandaag sluiten redelijk goed aan bij hetgeen ik wou verwoorden. Het is voor mij bovendien een opluchting te mogen vaststellen dat mensen die de mening van Marc Hullebus delen ook niet terug willen naar het systeem van 30, 40 jaar geleden, want dat is het systeem zoals ik het nog gekend heb, en dat wens ik onze kinderen niet toe. Ik wil ook nog eens terugkomen op een aantal hardnekkige misverstanden over freinetonderwijs. Het is niet zo dat dit soort onderwijs geen belang hecht aan kennis, alleen wordt de manier dat deze kennis overgebracht wordt in vraag gesteld, en durft men het begrip “basiskennis” ook wel eens met de nodige kritische zin bekijken (wat trouwens niet noodzakelijk een inkrimping moet betekenen, het kan ook betekenen dat men nog andere kennis belangrijk vindt). Vraag is dus, zijn we bereid om te zoeken (vooral met het steeds groeiend aantal mogelijkheden die beschikbaar zijn) naar andere manieren om onderwijs aan te bieden. Mijn voorbeeldjes in mijn blog waren misschien niet zo gelukkig gekozen, maar dat was in wezen wat ik bedoelde. Ook is het niet zo dat freinetonderwijs enkel goed is voor kinderen die reeds in een beschermd milieu opgroeien, helemaal niet. Als je de ontstaansgeschiedenis van dit soort onderwijs kent, dan weet je dat het juist de bedoeling was van Freinet om die kinderen die uit de boot vielen aan boord te proberen te houden (of theorie en praktijk vandaag de dag nog zo mooi samenvallen is dan weer een andere vraag). Het is wel zo dat binnen de freinetbeweging luidop de vraag gesteld wordt (hoop ik toch, want ik ben er ondertussen alweer een tijdje uit) of we ons eigenlijk wel zo gewillig moeten neerleggen bij een maatschappijmodel (en een economische realiteit) waar de druk om te presteren steeds groter wordt, m.a.w., moeten wij onze leerlingen niet een beetje kritische zin meegeven, opdat zij later een model waar heel wat mensen niet kunnen in meedraaien zouden durven in vraag stellen. Ik geef toe, ook binnen die beweging durven de meningen hierover wel eens verschillen, maar dat maakt het ook klas_truizo boeiend. Tenslotte moet er mij nog van het hart dat ik een beetje moeite heb met de termen “zwakke” en “sterke” leerlingen die ik hier en daar nog zag opduiken. Elke persoon, dus ook elk kind heeft zijn/haar eigen capaciteiten, en daar mag geen waardeoordeel aan gekoppeld worden. We moeten gewoon proberen elk kind te begeleiden volgens de noden dat het heeft, en dat kan in sommige vallen inderdaad ook betekenen dat we meer structuur moeten aanbieden. Eén ding moet ik Marc Hullebus alvast nageven, hij is er duidelijk in geslaagd een debat op gang te brengen, en dat is op zich heel verdienstelijk.

21:54 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marc hullebus, freinet, onderwijs, kennis |  Facebook |

29-11-06

Kennis of vaardigheden

theorieen_over_leren_en_onderw-1Het is nu wel al een tijdje geleden dat ik actief was in de freinetschool waar mijn kinderen school hebben gelopen, maar een artikel waarin iemand stelt dat ons onderwijs opnieuw meer kennisgericht moet werken trekt nog altijd mijn aandacht. Met een zeker wantrouwen lees ik dus het artikel over het voorstel van informaticaleraar Marc Hullebus, en hoewel ik moet erkennen dat, zeker voor bepaalde vakken, een  zekere basiskennis noodzakelijk is vooraleer men kan overstappen op vaardigheden zou ik bij die stelling toch wel ernstige kanttekeningen willen plaatsen.  

 

       1.      Welke kennis ? Uit de kennis die moet overgebracht worden moet een selectie gemaakt worden, en wie beslist welke basiskennis noodzakelijk is ? Het antwoord op deze vraag ligt niet voor de hand. Moet iedereen goed kunnen spellen, of zullen we daarvoor eerder beroep doen op een tekstverwerker met een goede spellingscontrole ? Moet iedereen goed kunnen rekenen, of beperken we ons tot de basisbewerkingen omdat we voor de rest eigenlijk een rekenmachine kunnen gebruiken ? Leren we nog kaartlezen, of vinden we dit in een tijdperk waar de GPS steeds meer opgang maakt verspilde energie ? Ik bedoel maar, hoe kunnen we in godsnaam aflijnen wat nu basiskennis is ?  Wat mij betreft mag die basiskennis echt heel basis zijn. Mijn ervaring leert namelijk dat, als men voelt dat men bepaalde kennis nodig heeft om te kunnen doen wat men zou willen doen, men wel een manier zal vinden om die kennis op te doen. Motivatie speelt een belangrijke rol in het leerproces. En dat brengt me naadloos bij mijn volgende bedenking.

2.      Hoe wordt die kennis aangebracht ? Ik hoop dat de leraar in kwestie niet pleit voor een terugkeer naar het systeem van kennisoverdracht zoals vroeger, want het is juist omdat iedereen voelde dat dit éénrichtingsverkeer absoluut niet werkte, en hopeloos verouderd was dat men is beginnen zoeken naar andere didactische methodes. Laat ons alstublieft blijven proberen om het onderwijs boeiend en aantrekkelijk te maken (want volgens mij is dit nog steeds veel te saai), zodat kinderen gestimuleerd worden om zelf op zoek te gaan naar informatie, en gemotiveerd zijn om te leren. Kennis in de arme hoofdjes proberen te drammen werkt niet echt, daar kunnen we toch niet naast kijken ?

3.      Op welk tijdstip wordt die kennis aangebracht  ? Niet elk kind is gelijk, dus als men klassikaal bepaalde informatie overbrengt, dan kan het gemakkelijk zijn dat een deel van de leerlingen daar niet rijp voor is, of misschien zelfs nooit open zal staan voor dat soort informatie. Het komt er dus op aan om te proberen te zoeken waar de interesses van de kinderen liggen, en van daaruit te proberen de kinderen bepaalde kennis te laten verwerven. Het is dus perfect mogelijk dat basiskennis voor het ene kind niet helemaal hetzelfde is als voor een ander kind.

 brains2

Algemeen wil ik tenslotte stellen dat, aangezien de beschikbaarheid aan informatie en kennis de laatste jaren explosief gegroeid is, het eigenlijk veel belangrijker is om kinderen te helpen hun weg te vinden in die massa aan beschikbare informatie, waarbij toegang (hoe geraak ik gemakkelijk aan die informatie), selectie (welke informatie is voor mij belangrijk) en interpretatie (hoe verwerk ik die informatie) vaardigheden zijn die vermoedelijk veel nuttiger zijn dan te weten wat de hoofdstad van Slovenië is of wanneer Napoleon de slag bij Waterloo verloor. De leerkracht kan daar veel bij helpen, niet door kinderen in groep in een bepaalde richting te duwen, maar door te proberen te voelen waar de noden en behoeften bij elk kind afzonderlijk liggen, en daarin een ondersteunende rol te spelen.

22:13 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (4) | Tags: onderwijs, kennis, vaardigheden, motivatie |  Facebook |

16-11-06

Quota’s en positieve discriminatie

voortgezetonderwijsHet gebeurt niet veel, maar dit keer moet ik in grote lijnen akkoord gaan met het standpunt van Bart De Wever over quota’s en positieve discriminatie. Wel zou ik de klemtonen enigszins anders leggen. Persoonlijk heb ik het ook nog nooit een goed idee gevonden om door middel van positieve discriminatie de diversiteit te bevorderen, omdat men daardoor inderdaad het risico loopt bepaalde bevolkinsgroepen nog meer te gaan stigmatiseren. Eigenlijk is dit een beetje een vorm van betutteling, en toont dit ook aan dat we mensen in hokjes blijven stoppen, terwijl we iedereen op een gelijkwaardige manier moeten kunnen behandelen. Quota's daarentegen zijn wel een goed middel om regelmatig een organisatie aan te toetsen, en kan een stimulans zijn om te blijven zoeken waarom bepaalde quota's niet gehaald worden. Het komt er dus op aan ervoor te zorgen dat enerzijds iedereen dezelfde kansen en middelen krijgt, en anderzijds alle mogelijke drempels, die er kunnen voor zorgen dat iemand uit een bepaalde bevolkinsgroep met de nodige capaciteiten toch niet aangeworven geraakt, weg te werken. Vooral aan dat laatste moet er nog veel gewerkt worden, en ik heb de indruk dat De Wever zich eerder focust op het eerste. Het is uiteraard belangrijk dat iedereen met gelijke troeven naar de arbeidsmarkt kan trekken, en daarvoor moet de uitval van bepaalde jongeren zoveel mogelijk tegengegaan worden. Ik zou dit echter ruimer willen zien dan alleen een bepaalde groep van allochtonen. Laat ons eerlijk zijn, ons onderwijs slaagt er nog steeds veel te weinig in om studeren aantrekkelijk te maken. Daarom ook dat de omgeving waarin jongeren opgroeien erg bepalend is voor het studietraject dat leerlingen volgen. Kinderen die van thuis uit gesteund worden, en voelen dat ouders het goed vinden als ze zich inzetten voor school (let op mijn woordkeuze, er mag hier geen sprake zijn van druk vanuit de ouders) zullen daarin meestal hun motivatie vinden om toch door te zetten (want de loyaliteit van kinderen t.o.v. hun ouders mag niet onderschat worden), al is het meestal wat tegen hun zin. Kinderen die die steun niet krijgen lopen een groot risico om al snel kopje onder te gaan, omdat ze geen zin hebben om mee te draaien in een systeem waarvan ze het nut helemaal niet inzien en dat nog niet eens boeiend is op de koop toe. Vandaar dat hier een grote uitdaging ligt voor het onderwijs. Ondertussen weten we nu al (hoop ik) dat we kinderen meer kunnen motiveren door zoveel mogelijk vanuit hun leefwereld te vertrekken om de leerstof aan te brengen, maar wie heeft voldoende zicht op de leefwereld van de groep die het snelst afhaakt ?  Onderwijs is dus één zaak, maar ondertussen zou ik bijna ook vergeten wat eigenlijk nog belangrijker is, de houding van de bedrijfswereld tegenover de diversiteit van de werknemers die zich aanbieden. Nog altijd verwacht men werknemers die voldoen aan een bepaald profiel, die dus passen in de toch redelijk harde omgeving van de traditionele economie. Zoals ik in één van mijn vorige bijdrages al schreef, eigenlijk zou de bedrijfswereld moeten kijken naar de diverse mensen die zich aanbieden, en proberen te zoeken hoe men deze mensen een job zou kunnen geven die bij hen past. Zo zou de sociale economie, die volledig op dit principe gebaseerd is, op termijn grotendeels overbodig kunnen worden. Dit is natuurlijk wishful thinkitkledng, want uiteindelijk moet iedereen die wil meedraaien in de traditionele economie zich aanpassen aan de regels die daar gelden. En dat is dan ook de reden waarom het onderwijs nog teveel een bepaald type mensen probeert af te leveren, waardoor er weinig ruimte is om rekening te houden met de eigenheid van de leerlingen. Vandaar ook mijn stelling dat de eerste prioriteit een mentaliteitswijziging bij de werkgevers zou moeten zijn, de rest zou dan misschien automatisch volgen.