04-02-07

Privé of openbare dienstverlening ?

ist2_269642_gent_and_ladyIk weet niet waarom, maar regelmatig heb ik met de opiniestukjes van Margot Vanderstraeten nogal wat moeite. Zo pleitte ze vorige week om de dienstverlening in de publieke sector te verbeteren door een voorbeeld te nemen aan de privé-sector, een voorstel waar ik nogal wat bedenkingen bij heb.

 

Zo kwam toevallig een dag later het bericht van de schokkerende praktijken van onderaannemers die in wegrestaurants de toiletten verzorgen. Nog een dag later weet de arbeidsinspectie te melden dat het probleem veel ruimer verspreid is dan enkel bij wegrestaurants. Zo is sociale dumping ook schering en inslag in sectoren als de bouw, de horeca en het goederenvervoer. Hoewel, is dit laatste eigenlijk geen open deur intrappen? Iedereen die een klein beetje van deze wereld is weet dat sjoemelen in dit land bijna een nationale sport is, en dan spreek ik hier eigenlijk vooral over Vlaanderen. Het is een beetje pijnlijk om toe te geven, want eigenlijk ben ik meer te vinden voor kleinschaligheid, maar het is wel zo dat, hoe kleiner de onderneming, hoe vrolijker er misbruik gemaakt wordt van werknemers of hoe vanzelfsprekender men het vindt om belastingen te ontduiken.

 

Dus toch beter grotere ondernemingen ? Eigenlijk niet. Mark Hurd, CEO van één van de grootste IT-bedrijven van de wereld heeft vorig jaar één van de grootste bonussen gekregen die men ooit uitgekeerd heeft in Sillicon Valley, hét mekka van IT-bedrijven : 19 miljoen dollar. Voor alle duidelijkheid, dit is enkel een toemaatje, dit komt dus bovenop het loon en andere inkomsten die deze man al krijgt. Ondertussen weten we dat binnen zijn bedrijf mensen voortdurend onder druk staan omdat de kosten alsmaar meer naar beneden moeten, niet om geen verlies te maken, maar om de winsten nóg groter te maken. Daardoor wordt binnen het bedrijf de sfeer zodanig verpest dat nog weinig mensen plezier vinden in hun job, of waardoor werknemers het bedrijf verlaten uit onvrede met het feite dat men niet de mogelijkheid meer heeft om kwaliteit te leveren. Een voorbeeld nemen aan de privé-sector ? I don’t think so !

 

hierarchieToch kan ik niet ontkennen dat er in de openbare diensten iets schort met de dienstverlening. Alleen denk ik dat dit eerder te maken heeft met de grootte van de organisatie en de beperkte betrokkenheid die men voelt met het bedrijf waarin men werkt of met het “product” dat men maakt. Want dezelfde mentaliteit vindt men ook terug in grote privé-ondernemingen, omdat ook daar de afstand tussen het product en de werknemer, of tussen de werknemer en zijn manager veel te groot geworden is. Laat staan dat de persoon onderaan de ladder nog begrijpt waar dat hoger management, 5 of 6 niveaus hoger, mee bezig is. Er zijn natuurlijk altijd mensen die van nature uit een zekere intrensieke motivatie hebben om zo goed mogelijk werk te leveren, en die zullen er in om het even welke organisatie uitspringen, maar dat zijn toch wel eerder de witte raven. Voor het overgrote deel van de mensen is er ook nog een exteZak2rne motivatie nodig, en daarmee bedoel ik niet het loon dat men verdient. Daarmee bedoel ik veeleer de reactie die men krijgt op zijn of haar functioneren. Uiteraard weet men dat in grote bedrijven ook, maar het probleem is dat daarvoor allerlei artificiële constructies opgezet worden om de werknemers te motiveren, terwijl het enige wat meestal ontbreekt enkel een manager is die écht luistert. Met andere woorden, misschien “zien” of “horen” de werknemers in openbare diensten wel niet voldoende omdat hun baas of organisatie hen ook niet “ziet” of “hoort”. En dat geldt evengoed binnen grote privé-ondernemingen.

29-11-06

Kennis of vaardigheden

theorieen_over_leren_en_onderw-1Het is nu wel al een tijdje geleden dat ik actief was in de freinetschool waar mijn kinderen school hebben gelopen, maar een artikel waarin iemand stelt dat ons onderwijs opnieuw meer kennisgericht moet werken trekt nog altijd mijn aandacht. Met een zeker wantrouwen lees ik dus het artikel over het voorstel van informaticaleraar Marc Hullebus, en hoewel ik moet erkennen dat, zeker voor bepaalde vakken, een  zekere basiskennis noodzakelijk is vooraleer men kan overstappen op vaardigheden zou ik bij die stelling toch wel ernstige kanttekeningen willen plaatsen.  

 

       1.      Welke kennis ? Uit de kennis die moet overgebracht worden moet een selectie gemaakt worden, en wie beslist welke basiskennis noodzakelijk is ? Het antwoord op deze vraag ligt niet voor de hand. Moet iedereen goed kunnen spellen, of zullen we daarvoor eerder beroep doen op een tekstverwerker met een goede spellingscontrole ? Moet iedereen goed kunnen rekenen, of beperken we ons tot de basisbewerkingen omdat we voor de rest eigenlijk een rekenmachine kunnen gebruiken ? Leren we nog kaartlezen, of vinden we dit in een tijdperk waar de GPS steeds meer opgang maakt verspilde energie ? Ik bedoel maar, hoe kunnen we in godsnaam aflijnen wat nu basiskennis is ?  Wat mij betreft mag die basiskennis echt heel basis zijn. Mijn ervaring leert namelijk dat, als men voelt dat men bepaalde kennis nodig heeft om te kunnen doen wat men zou willen doen, men wel een manier zal vinden om die kennis op te doen. Motivatie speelt een belangrijke rol in het leerproces. En dat brengt me naadloos bij mijn volgende bedenking.

2.      Hoe wordt die kennis aangebracht ? Ik hoop dat de leraar in kwestie niet pleit voor een terugkeer naar het systeem van kennisoverdracht zoals vroeger, want het is juist omdat iedereen voelde dat dit éénrichtingsverkeer absoluut niet werkte, en hopeloos verouderd was dat men is beginnen zoeken naar andere didactische methodes. Laat ons alstublieft blijven proberen om het onderwijs boeiend en aantrekkelijk te maken (want volgens mij is dit nog steeds veel te saai), zodat kinderen gestimuleerd worden om zelf op zoek te gaan naar informatie, en gemotiveerd zijn om te leren. Kennis in de arme hoofdjes proberen te drammen werkt niet echt, daar kunnen we toch niet naast kijken ?

3.      Op welk tijdstip wordt die kennis aangebracht  ? Niet elk kind is gelijk, dus als men klassikaal bepaalde informatie overbrengt, dan kan het gemakkelijk zijn dat een deel van de leerlingen daar niet rijp voor is, of misschien zelfs nooit open zal staan voor dat soort informatie. Het komt er dus op aan om te proberen te zoeken waar de interesses van de kinderen liggen, en van daaruit te proberen de kinderen bepaalde kennis te laten verwerven. Het is dus perfect mogelijk dat basiskennis voor het ene kind niet helemaal hetzelfde is als voor een ander kind.

 brains2

Algemeen wil ik tenslotte stellen dat, aangezien de beschikbaarheid aan informatie en kennis de laatste jaren explosief gegroeid is, het eigenlijk veel belangrijker is om kinderen te helpen hun weg te vinden in die massa aan beschikbare informatie, waarbij toegang (hoe geraak ik gemakkelijk aan die informatie), selectie (welke informatie is voor mij belangrijk) en interpretatie (hoe verwerk ik die informatie) vaardigheden zijn die vermoedelijk veel nuttiger zijn dan te weten wat de hoofdstad van Slovenië is of wanneer Napoleon de slag bij Waterloo verloor. De leerkracht kan daar veel bij helpen, niet door kinderen in groep in een bepaalde richting te duwen, maar door te proberen te voelen waar de noden en behoeften bij elk kind afzonderlijk liggen, en daarin een ondersteunende rol te spelen.

22:13 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (4) | Tags: onderwijs, kennis, vaardigheden, motivatie |  Facebook |

16-11-06

Quota’s en positieve discriminatie

voortgezetonderwijsHet gebeurt niet veel, maar dit keer moet ik in grote lijnen akkoord gaan met het standpunt van Bart De Wever over quota’s en positieve discriminatie. Wel zou ik de klemtonen enigszins anders leggen. Persoonlijk heb ik het ook nog nooit een goed idee gevonden om door middel van positieve discriminatie de diversiteit te bevorderen, omdat men daardoor inderdaad het risico loopt bepaalde bevolkinsgroepen nog meer te gaan stigmatiseren. Eigenlijk is dit een beetje een vorm van betutteling, en toont dit ook aan dat we mensen in hokjes blijven stoppen, terwijl we iedereen op een gelijkwaardige manier moeten kunnen behandelen. Quota's daarentegen zijn wel een goed middel om regelmatig een organisatie aan te toetsen, en kan een stimulans zijn om te blijven zoeken waarom bepaalde quota's niet gehaald worden. Het komt er dus op aan ervoor te zorgen dat enerzijds iedereen dezelfde kansen en middelen krijgt, en anderzijds alle mogelijke drempels, die er kunnen voor zorgen dat iemand uit een bepaalde bevolkinsgroep met de nodige capaciteiten toch niet aangeworven geraakt, weg te werken. Vooral aan dat laatste moet er nog veel gewerkt worden, en ik heb de indruk dat De Wever zich eerder focust op het eerste. Het is uiteraard belangrijk dat iedereen met gelijke troeven naar de arbeidsmarkt kan trekken, en daarvoor moet de uitval van bepaalde jongeren zoveel mogelijk tegengegaan worden. Ik zou dit echter ruimer willen zien dan alleen een bepaalde groep van allochtonen. Laat ons eerlijk zijn, ons onderwijs slaagt er nog steeds veel te weinig in om studeren aantrekkelijk te maken. Daarom ook dat de omgeving waarin jongeren opgroeien erg bepalend is voor het studietraject dat leerlingen volgen. Kinderen die van thuis uit gesteund worden, en voelen dat ouders het goed vinden als ze zich inzetten voor school (let op mijn woordkeuze, er mag hier geen sprake zijn van druk vanuit de ouders) zullen daarin meestal hun motivatie vinden om toch door te zetten (want de loyaliteit van kinderen t.o.v. hun ouders mag niet onderschat worden), al is het meestal wat tegen hun zin. Kinderen die die steun niet krijgen lopen een groot risico om al snel kopje onder te gaan, omdat ze geen zin hebben om mee te draaien in een systeem waarvan ze het nut helemaal niet inzien en dat nog niet eens boeiend is op de koop toe. Vandaar dat hier een grote uitdaging ligt voor het onderwijs. Ondertussen weten we nu al (hoop ik) dat we kinderen meer kunnen motiveren door zoveel mogelijk vanuit hun leefwereld te vertrekken om de leerstof aan te brengen, maar wie heeft voldoende zicht op de leefwereld van de groep die het snelst afhaakt ?  Onderwijs is dus één zaak, maar ondertussen zou ik bijna ook vergeten wat eigenlijk nog belangrijker is, de houding van de bedrijfswereld tegenover de diversiteit van de werknemers die zich aanbieden. Nog altijd verwacht men werknemers die voldoen aan een bepaald profiel, die dus passen in de toch redelijk harde omgeving van de traditionele economie. Zoals ik in één van mijn vorige bijdrages al schreef, eigenlijk zou de bedrijfswereld moeten kijken naar de diverse mensen die zich aanbieden, en proberen te zoeken hoe men deze mensen een job zou kunnen geven die bij hen past. Zo zou de sociale economie, die volledig op dit principe gebaseerd is, op termijn grotendeels overbodig kunnen worden. Dit is natuurlijk wishful thinkitkledng, want uiteindelijk moet iedereen die wil meedraaien in de traditionele economie zich aanpassen aan de regels die daar gelden. En dat is dan ook de reden waarom het onderwijs nog teveel een bepaald type mensen probeert af te leveren, waardoor er weinig ruimte is om rekening te houden met de eigenheid van de leerlingen. Vandaar ook mijn stelling dat de eerste prioriteit een mentaliteitswijziging bij de werkgevers zou moeten zijn, de rest zou dan misschien automatisch volgen.