29-07-07

De doping show

vinokourov_GDe gebeurtenissen van vorige week rond het dopinggebruik in de tour en het feit dat wielrennen zowat de enige sport is waar ik wel eens tijd wil voor vrijmaken nopen tot een bericht op mijn blog. Niet dat ik denk dat ik nog veel toe te voegen heb aan de vele visies die hieromtrent de ronde doen, maar toch... Ik moet toegeven dat deze ganse show mij enerzijds moedeloos maakt en langs de andere kant voel ik me verschrikkelijk bekocht, want ook ik was zo naief om te geloven dat het ooit wel weer goed zou komen met de wielersport.

Heeft het te maken met mijn verre “roots” die in de Westhoek liggen, en waar zoals bekend de wielersport (veel meer dan het voetbal) fanatiek gevolgd wordt, of is het omdat ik opgegroeid ben tijdens de gloriejaren van Eddy Merckx, maar wielrennen is iets dat me nog steeds redelijk nauw aan het hart ligt. Zelf spring ik ook graag eens op de fiets, en als ik alleen ben durf ik wel eens het onderste uit de kan te halen. Daardoor wordt het iets gemakkelijker om inzicht te krijgen in het verloop van een wedstrijd, de bedoeling van bepaalde tactieken of de (moeilijke) situatie waarin een renner kan terechtkomen. Zoals met elke sport wordt het pas echt boeiend als duidelijk blijkt dat  sportbeoefenaars ook maar mensen zijn, met hun goede en minder goede dagen (of periodes). Paradoxaal genoeg is het bijzonder moeilijk om niet euforisch te worden als we iemand boven zichzelf zien uitstijgen. Terwijl we in de grond wel weten dat dit eigenlijk niet kan, of toch niet in die mate zoals we soms zien gebeuren. We weten allemaal dat het niet mogelijk is dat iemand de ene dag een zware inzinking heeft, en de andere dag de concurrentie op een hoopje rijdt. Ook dat het niet normaal is dat iemand die altijd al “gestunteld” heeft bij het tijdrijden plots spectaculaire vorderingen blijkt gemaakt te hebben. En laat ons eerlijk zijn, iemand die jaren aan een stuk torenhoog boven de concurrentie uitsteekt (waarvan achteraf blijkt datRasmussen ook die stimulerende middelen heeft genomen) kan dit ook niet op eigen kracht gedaan hebben. Vooral wat spectaculaire inzinkingen (zo menselijk en zo herkenbaar) betreft is het duidelijk : als het vat leeg is, is het leeg. In het beste geval kan een mens de dag na een inzinking nog proberen de schade te beperken, maar eigenlijk is het meestal zo dat het vanaf dan alleen maar van kwaad naar erger gaat. Zo hebben Indurain, Hinault, Fignon, en zelfs de grote Eddy Merckx aan de lijve ondervonden. Nu beginnen we ons natuurlijk af te vragen of hun inzinkingen eigenlijk niet meer te maken hadden met het feit dat de dopingproducten niet meer werkten, dan dat deze renners “clean” zouden gereden hebben.

Meer en meer duiken er ook vragen op naar de rol van de pers in deze hele zaak. Tijdens het debat op “Terzake” donderdagavond bleef Peter Vandermeersch (De Standaard) erbij dat we moeten blijven berichten over wielrennen, omdat we op die manier ook meehelpen om het dopinggebruik te bestrijden. Dit kan misschien wel kloppen voor de berichtgeving in kranten, omdat men daar meer objectief en vanop afstand een aantal zaken kan becommentariëren, maar ik heb toch mijn twijfels of de rechtstreekse reportages niet beter gestopt zouden worden. Tenslotte is het dank zij deze reportages dat sponsors aangetrokken worden om hun geld in deze sport te investeren. Indien de wedstrijden echter niet meer op TV (en op de radio) zouden komen zouden ze niet meer zo geneigd zijn veel geld in de wielrennerij te stoppen, wat uiteraard onmiddellijk gevolgen zou hebben voor de renners, want dan staat hun broodwinning op het spel. Ik denk als de keuze gemaakt moet worden tussen geen doping of helemaal niet meer aan de bak komen de keuze misschien snel zou gemaakt zijn. Maar er is met dit circus uiteraard veel geld gemoeid, en dat maakt het natuurlijk bijzonder moeilijk om iedereen op dezelfde lijn te krijgen. Als een Verhofstadt en een Leterme zoveel moeite doen om de tour naar Vlaanderen te krijgen, dan zal dat wel zijn redenen hebben.

Gisteren zag ik toevallig de (voortreffelijke) film “Festen” opnieuw, en hoewel het thema uiteraard totaal verschillend is zag ik onbewust toch bepaalde gelijkenissen in de houding van mensen. Terwijl er verschrikkelijke waarheden aan het licht komen doet iedereen alsof er niets aan de hand is, en feest men vrolijk verder. De hypocrisie ten top, en dat is in deze tour niet anders. Het is eigenlijk ongelooflijk hoe de sportjournalisten de dag van de laatste tijdrit nog steeds bleven doen alsof dit de spannendste tour in jaren is. Hoe kunnen die mensen nu doen alsof er niets gebeurd is en kunnen zij zonder scrupules blijven meewerken aan deze totaal ongeloofwaardige show ?  Dat we in godsnaam met zijn allen de ronde de rug toedraaien, dat is de enige goede houding na al hetgeen wat er weer aan het licht is gekomen.story_doping

Maar terwijl velen zich terecht afvragen waarom wielerliefhebbers zich blijven vergapen aan de ronde kan men zich ook de vraag stellen hoeveel er zich binnenkort zullen vergapen aan de olympische spelen. Nochtans zijn er redenen genoeg om aan te nemen dat bepaalde prestaties daar ook niet zonder dopinggebruik zullen tot stand komen. Of geldt in deze sporten misschien de stelregel “wat niet weet, niet deert” ? Want ik ben er ondertussen wel van overtuigd, van zodra je te maken hebt met competitie (vooral als er veel geld mee gemoeid is) is doping niet veraf meer.

12:56 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (1) | Tags: doping, wielrennen, hypocrisie, circus |  Facebook |

22-07-07

Asielbeleid

europees_asielbeleidMet veel interesse heb ik de discussie gevolgd die vorige week op gang getrokken werd door de open brief van Ingrid Pira aan Verhofstadt. Asielbeleid en regularisatie blijven heikele thema’s waar niemand echt een pasklaar antwoord kan op verzinnen. Dat er burgemeesters zijn die soms in gewetensnood komen als ze een uitwijzingsbevel moeten tekenen kan ik dan ook best begrijpen.

Verhofstadt reageerde op de open brief van Pira met de uitleg dat er een verschil is tussen asielwetgeving en de problematiek van de migratie. Daarom heb ik zijn antwoord dan ook met bijzondere aandacht gelezen, want eerlijk gezegd dacht ik ook dat die twee heel sterk met elkaar verweven waren. Niet dus, en als ik Verhofstadts redenering goed begrepen heb, dan moet de asielwetgeving ervoor zorgen dat we niet die lastige economische vluchtelingen op ons dak krijgen, maar dat we via migratie wel diegenen die wij goed kunnen gebruiken in onze economie kunnen inschakelen. Volgens mij is dat eerder pleiten voor een asielbeleid waar men werkt met twee maten en twee gewichten. Als het ons goed uitkomt mogen ze binnen, anders niet. Meer liberalisme, ik weet het niet zo goed. Uiteraard kan ik me perfect vinden in zijn stelling dat we moeten stoppen met onze markten af te schermen zodat de zwakkere landen er gemakkelijker toegang zouden toe krijgen, alleen vrees ik dat hij niet echt te vinden zal zijn om arme landen toe te laten hun markten af te schermen. En als dat wel zo is, dan hebben we daar tot op heden nog maar bijzonder weinig van gemerkt.

Merkwaardig genoeg voelde Freddy Roosemont zich aangesproken, aangezien hij het nodig vond om vanuit zijn functie van directeur-generaal van de dienst Vreemdelingenzaken te reageren. Nochtans dacht ik dat de kritiek van Pira eerder op de wetgeving zelf sloeg, en niet op de mensen die deze wetten moeten toepassen (wat toch hetgeen is wat de dienst Vreemdelingenzaken doet). Als men alle emotionele en menselijke overwegingen achterwege laat zou men ook wel de redenering van Roosemont kunnen volgen, want wetten zijn er om toegepast te worden, maar dat is dan toch wel een erg nuchtere redenering. Toegegeven, het is uiteindelijk zijn taak om de zaken objectief te bekijken, maar het getuigt toch van weinig inlevingsvermogen in de situatie waarin sommige asielzoekers terechtgekomen zijn. De directeur-generaal beweert wel dat alles voorzien is in wetten, en dat hij dus geen probleem ziet, maar dan begrijp ik toch niet goed waarom er dan regelmatig verhalen blijven opduiken van absurde uitwijzingen. Het zijn net die onmenselijke uitwijzingen die de burgers op straat doen komen, en burgemeesters in een lastig parket brengen. Dit is trouwens niet enkel een probleem in België, ook in Nederland blijkt een aantal burgemeesters te protesteren tegen de gang van zaken.

Wouter Beke en Nahima Lanjri (CD&V) kwamen met een analyze waarin wel interessante zaken stonden, maar ook zij blijven vertrekken vanuit het uitgangspunt dat men zoveel mogelijk asielzoekers moet buitenhouden, alleen pleiten ze voor wat meer menselijkheid in specifieke situaties. Als we een echt menselijk beleid willen voeren moeten we echter vertrekken vanuit het standpunt dat we in principe iedereen moeten kunnen opvangen, behalve uiteraard diegenen die hier asiel zoeken voor eerder duistere redenen. Dat zou als logisch gevolg hebben dat we (bijna) geen illegalen meer zouden hebben, want de angst om uitgewezen te worden zou dan sterk verminderen. Uiteraard besef ik ook wel dat een dergelijk standpunt eerder naief is, want een land dat niet voorbereid is op een toestroom van vluchtelingen (omdat het een zeer soepel asielbeleid heeft) kan die mensen ook geen perspectief bieden. Daarom zou deze discussie alvast meer op Europees vlak moeten gevoerd worden, en moet er ook meer werk gemaakt worden van het uitbouwen van eenwegwijs maatschappij die meer voorbereid is op de opvang van vluchtelingen. Zo denk ik aan huisvesting, werkgelegenheid en integratie (toegespitst om de migrant wegwijs te maken in onze maatschappij, en hem/haar de middelen en vaardigheden te geven om mee te kunnen draaien in onze maatschappij, niet om haar/hem zoveel mogelijk te “kneden” naar Belgisch model).

Misschien leunt mijn visie nog het dichtst aan bij deze van Bert Anciaux, alleen is het inderdaad een beetje vreemd dat iemand die zelf in een regering zit die een wet goedkeurt diezelfde wet wil boycotten. Ik begrijp wel dat een politicus recht heeft op een persoonlijk standpunt, maar toch denk ik dat Anciaux zich in deze discussie beter wat meer op de vlakte zou houden.

10:35 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-07-07

Firestone in Liberia

firestoneinliberiaVorige dinsdag zag ik een stuk van de Terzake-reportage over Firestone in Liberia, voldoende om me weer op te winden over de schaamteloze houding van de “haves” in onze maatschappij tegenover de “have-nots”. Vooral het beeld van de arbeider die zich aan het wassen was in een armzalige ruimte zonder stromend water of elektriciteit gevolgd door de beelden van de villa’s van de kaderleden (inclusief golfterrein) maakten mij bijna misselijk van verontwaardiging. Omdat ik het begin van de reportage gemist heb weet ik niet of de link tussen Liberia en Firestone nader werd toegelicht, maar gelukkig is er nog internet, en dus ben ik even gaan surfen om daar wat meer over te weten te komen. Niet alleen blijkt die verwevenheid bijzonder sterk te zijn, ook ontdekte ik dat Firestone al in 2005 beschuldigd werd van pure slavernij. Blijkbaar is er sedertdien nog niet veel veranderd.

Een beetje geschiedenis

Voor diegenen die zoals ik de bewuste uitzending niet (helemaal) gezien hebben, een beetje achtergrond. In 1812 werd in de Verenigde Staten de wet gestemd die de invoer van slaven verbood. In 1824 werd de kolonie Liberia gesticht met als hoofdstad Monrovia. Enkele tienduizenden ex-slaven werden vervolgens verscheept. In 1974 werd Liberia de eerste onafhankelijke republiek van Afrika. De volgende decennia ontwikkelden de Americo-Liberianen zich tot de heersende klasse. Hun Big Brother (de VS) was echter nooit ver weg. In 1920 sloot Firestone een overeenkomst met Liberia voor 99 jaar waardoor het meer dan vierduizend hectare grond in het bezit kreeg tegen de jaarlijkse huurprijs van amper zes dollarcent per are. Alle grondstoffen zoals goud en diamanten die ontdekt zouden worden, zouden eveneens toebehoren aan Firestone. De geregelde opstanden van de oorspronkelijke bevolking die nauwelijks mee kon profiteren van de economische groei, werden onderdrukt door de Amerikaanse marine die quasi permanent aanwezig was.

Slavernij

Ironisch genoeg is het nu net een deel van die nakomelingen van ex-slaven die in 2005 beschuldigd werd van slavernij. De mensenrechtenorganisatie ILRF (International Labor Rights Fund) klaagde het bedrijf aan wegens wanpraktijken op de rubber plantages in Liberia. Volgens de aanklacht steunt het bedrijf voornamelijk op de arme en meestal ongeletterde arbeiders die grote hoeveelheden ruwe latex moeten tappen van rubberbomen met primitief gereedschap waarbij ze blootgesteld worden aan gevaarlijke pesticiden en meststoffen. Wat trouwens ook duidelijk werd in de reportage was dat het bedrijf niet veel rekening houdt met de milieu-aspecten. Bovendien was er sprake van kinderarbeid (arbeiders die hun quota niet halen worden zelfs verplicht om hun kinderen in te schakelen) en zouden de arbeiders ongeveer $3.19 per dag verdienen, terwijl ze bijna 20 (!) uur per dag moeten werken. In 2005 waren de aanklagers nog optimistisch omdat ze dachten dat een beter regime ook zou zorgen voor een wijziging in de houding van het bedrijf. Een ijdele hoop blijkt nu.liberia1-320x214

Hard work

Op de website van het bedrijf vond ik de volgende ophemelende beschrijving over de activiteiten van Firestone in Liberia : “A combination of courage, hard work, enterprise and capital has made rubber the nation's second-largest export.” Hard work, dat staat vast, alleen zullen de arbeiders op de plantages daar vermoedelijk niet zo lyrisch over doen.

 

11:41 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: firestone, liberia, slavernij |  Facebook |

07-07-07

Alweer De Wever

apartheidTen tijde van het apartheidsregime in Zuid-Afrika verscheen er op een bepaald ogenblik een foto in een tijdschrift waarop men zag dat een blanke man schijnbaar voor zijn leven rende. Op de achtergrond stond een groep grimmig kijkende mensen met donkere huidskleur. Zonder toelichting had men uit deze foto kunnen opmaken dat de blanke man in het nauw gedreven werd en dat hij bedreigd werd door die groep mensen. Als men echter de tekst bij het artikel las klonk het verhaal plots anders. Blijkbaar was de blanke man een politieagent die net een zwarte man had neergeschoten en nu naar zijn collega’s aan de overkant van de straat snelde. Waarmee ik wil aangeven dat men steeds voorzichtig moet zijn met het trekken van conclusies als men de context niet kent.

Linkse kerk

Jammer genoeg vinden we in onze huidige samenleving steeds meer mensen die heel snel conclusies trekken, en steeds minder mensen die de moeite doen om eerst wat meer achtergrondinformatie te weten te komen. Het is zelfs zo dat mensen die belang hechten aan de feiten, en ernaar streven om zaken daar waar nodig te nuanceren kunnen uitgemaakt worden voor leden van een “linkse kerk”. Dit zijn de woorden die Bart De Wever, meester in het rechtlijnig, ongenuanceerd denken, en niet verlegen om een demagogische uitspraak meer of minder, gebruikt in zijn column (DM, 2/7) naar aanleiding van de zaak Demoor. Blijkbaar beschouwt hij iemand die de zaken in een ruimere context wil bekijken als iemand die de problemen niet wil zien. Onder het motto “wie niet voor mij is, is tegen mij” catalogeert hij iedereen die toch wat verder wil kijken dan het meest voor de hand liggende onder eenzelfde noemer : de linkerzijde (wat voor De Wever hetzelfde betekent als “de vijand”). De aanhef van de lezersbrief van Joost Bonte in “De Morgen” van dinsdag laatstleden (met een terechte reactie op het standpunt van De Wever) illustreert hoe we ons onbewust al indekken om niet aan het kruis genageld te worden : “Voor alle duidelijkheid: ik betreur ten zeerste het busincident waarbij Guido Demoor het leven liet...”. Iemand die wat kanttekeningen wil plaatsen voelt zich al verplicht om eerst te benadrukken dat hij een bepaald gedrag zeker niet goedkeurt uit schrik anders onmiddellijk een stempel te krijgen. Uiteraard was het gedrag van de jongen  verwerpelijk, zelfs als de gevolgen niet zo fataal waren geweest. Maar daar gaat het uiteindelijk niet over.

Autoritair

Bart De Wever laat uitschijnen dat de zogenaamde linkerzijde zo verblind wordt door haar overdreven bezorgdheid voor achtergestelde groepen dat ze bepaalde problemen niet ziet. Ik heb echter de indruk dat De Wever verblind wordt door zijn autoritaire visie, en daardoor enkel die dingen ziet die hij meent te kunnen gebruiken als argumenten om zijn eenzijdig discours te kunnen ondersteunen. Als we dan ook nog de reactie van Douglas De Coninck (DM, 4/7) erbij nemen lijkt het er zelfs sterk op dat De Wever wel eens een loopje durft te nemen met de waarheid om zo zijn gelijk te kunnen bewijzen. Ik voel me niet aangesproken wanneer De Wever zich laatdunkend uitlaat over “de linkse kerk”, maar ik behoor wel tot die groep mensen die graag eerst het hele verhaal hoort vooraleer conclusies te trekken, en dus vind ik dat De Wever met zijn sneer wel behoorlijk kort door de bocht gaat. Net zoals hogervernoemde Joost Bonte heb ik zeker geen probleem om toe te geven dat er effectief ook problemen zijn (zie enkele van mijn vorige berichten), en dat mensen voor hun verantwoordelijkheden moeten gesteld worden, maar laat ons alstublieft blijven proberen het ganse plaatje te zien. Het is dus niet mijn bedoeling om mij uit te spreken over een gerechtelijke uitspraak, dat is de taak van justitie, en met dit bericht wil ik onder meer aangeven dat dit ook zo moet blijven. Daarom ook vind ik de aanval van De Wever op de rechtbank die respect_my_authorityhet vonnis uitsprak totaal misplaatst.

Fatsoenlijk bestuur ?

Ooit heb ik in één van mijn berichten (Bartmania, 25/03/07) de analyse van Luckas Vander Taelen aangehaald, waaruit ik afleidde dat bepaalde opvattingen van De Wever gevaarlijk dicht bij die van het Vlaams Belang aanleunen. Deze recente uithaal van de N-VA voorzitter bevestigt nu nog meer mijn overtuiging. Ondertussen weten we dat deze man de politiek in België de komende 4 jaar vermoedelijk mee zal bepalen. Ik houd mijn hart vast, want met een man als De Wever lijkt fatsoenlijk bestuur (waarbij rekening gehouden wordt met àlle Belgen) verder weg dan ooit.   

12:16 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (2) | Tags: autoritair, context, nuancering, linkse kerk |  Facebook |

01-07-07

grondstoffenbeheer

diamantVorige maandag mocht onze minister van buitenlandse zaken Karel De Gucht een debat leiden als voorzitter van de VN veiligheidsraad. Hij koos daarvoor als onderwerp de relatie tussen natuurlijke rijkdommen en conflicten (zie ook mo.be) . Zijn uitgangspunt is dat een goed grondstoffenbeheer essentieel is voor de ontwikkeling van een land, een uitgangspunt dat ik volledig kan volgen, alleen zou ik grondstoffen dan iets ruimer willen bekijken dan de context waarin hij het woord gebruikt.

Bloeddiamanten

Zeggen dat heel wat conflicten in deze wereld te maken hebben met natuurlijke rijkdommen is zowat een open deur instampen. We hoeven alleen maar te kijken hoe snel het Westen, met de Verenigde Staten op kop, geneigd is om militair in te grijpen als er olie of andere waardevolle grondstoffen (voor het Westen) op het spel staan. Als we meer specifiek de situatie in Afrika beschouwen, dan is onder meer het verhaal van de illegale diamanthandel genoegzaam bekend. Zogenaamde bloeddiamanten die gebruikt worden door rebellen om hun oorlogen te financieren. Verschillende landen in Afrika (Congo, Liberia, Sierra Leone) dragen nog altijd de gevolgen van de conflicten die op deze manier gefinancierd werden. En nog steeds bestaat er een smokkel van waardevolle grondstoffen om op die wijze aan wapens te komen. Deze handel is lange tijd mogelijk gebleven omdat de diamanthandel (met De Beers in de hoofdrol) een andere richting uitkeek, en deed alsof er niets aan de hand was. Daar ligt dus een grote verantwoordelijkheid van het Westen, en hoewel er op dat vlak al wat verbetering kan vastgesteld worden is er nog veel werk aan de winkel. Zo is China nog steeds bijzonder weinig geïnteresseerd in wat er met hun financiële of materiële steun gebeurt zolang men maar aan grondstoffen geraakt. Ook in Indonesië gebeuren zaken waarbij een multinational die een goudmijn uitbaat niet vrijuit gaat. Dit toont aan dat het debat dat De Gucht op gang wil trekken zeker niet onterecht is. Uiteraard moeten we opletten dat we ons niet te veel gaan bemoeien in binnenlandse aangelegenheden, maar langs de andere kant is het toch wel schrijnend om te zien hoe erg een land als Congo eraan toe is, terwijl dit nu net een voorbeeld is van een land met onvoorstelbaar veel natuurlijke rijkdommen. Waar we echter wel kunnen aan werken is aan de houding van ondernemingen of landen die gretig op de grondstoffen van arme landen zitten te azen.

Starbucks

Er verscheen deze week ook een interessant berichtje op de website van 11.11.11 en Oxfam-wereldwinkels naar aanleiding van de registratie van 2 Ethiopische koffiemerken. Na een maandenlang getouwtrek tussen Oxfam International en de koffieproducenten enerzijds, en Starbucks (’s werelds grootste uitbater van koffieshops) anderzijds heeft deze laatste uiteindelijk bakzeil gehaald. Ook dit gaat over grondstoffen, en hoewel dit soort (landbouw)grondstoffen misschien niet de rechtstreekse aanleiding is voor conflicten is het wel duidelijk dat de machtspositie van rijke landen die de vrije markt sturen al voor heel wat ellende heeft gezorgd in arme landen die soms erg afhankelijk zijn van die grondstoffen. De registratie van beide koffiemerken mag dan ook beschouwd worden als een (weliswaar bescheiden) overwinning op de grote multinationals die er alles aan doen om zoveel mogelijk economische macht in eigen handen te houden.

MelkkoeNL

En met de start van het grootste festival in België mogen we ook even aandacht schenken aan de zogenaamde “melk-campagne” van oxfam-solidariteit. Die organisatie wil onder meer tijdens de zomerfestivals de gevolgen van de bijzonder lage melkprijzen  aankaarten. Zowel in Europa als in de arme landen moeten boeren steeds meer produceren aan steeds lagere prijzen om het hoofd boven water te kunnen houden. Uiteraard hebben we in Europa toch nog iets meer troeven dan in het Zuiden, wat dan tot de absurde situatie leidt dat het in Afrika goedkoper is om ingevoerde melkpoeder te gebruiken dan de eigen lokaal geproduceerde melk.

Eerlijke spelregels

Dit lijken op het eerste zicht misschien verschillende verhalen, maar toch hebben ze een gemeenschappelijk element. Arme landen beschikken wel degelijk over de middelen om hun situatie te verbeteren, alleen is het onmogelijk om mee te spelen in een globale wereld als je moet vertrekken vanuit een verloren positie. Vandaar dat rijke landen moeten ophouden met spelregels te hanteren die ervoor zorgen dat zij er voornamelijk bij winnen.

11:31 Gepost door Dirk Candaele in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: landbouw, conflicten, grondstoffen |  Facebook |